Logo Kleine Grote VragenKleine Grote Vragen

Waarom kunnen vogels vliegen?

Dieren

Het korte antwoord

Vogels hebben vleugels met veren, heel sterke borstspieren en een licht gebouwd lichaam. Als ze met hun vleugels slaan, duwen ze lucht naar beneden en naar achteren. Die lucht duwt de vogel dan omhoog en vooruit.

Waarom kunnen vogels vliegen en wij niet?

Je kunt zo hard met je armen zwaaien als je wilt, je blijft gewoon op de stoep staan. Een merel springt van een tak en is weg. Wat heeft die vogel dat jij niet hebt?

Om te beginnen veren. Veren zijn gemaakt van hetzelfde spul als je haar en je nagels, maar ze zijn heel licht en toch stevig. De grote veren in de vleugel sluiten mooi op elkaar aan, waardoor de vleugel een soort waaier wordt die lucht kan vangen.

Als een vogel zijn vleugels naar beneden slaat, duwt hij lucht naar beneden en naar achteren. En lucht duwt terug. Daardoor gaat de vogel omhoog en vooruit. Bij het omhoog halen draait hij zijn veren een beetje, zodat er minder lucht tegen duwt.

Daar zijn flinke spieren voor nodig. De borstspieren van een vogel zijn enorm vergeleken met de rest van zijn lijf. Bij veel vogels is dat het grootste stuk vlees dat ze hebben.

Tegelijk is een vogel licht gebouwd. Veel botten zijn van binnen hol, met dunne steuntjes erin, en een vogel heeft geen zware tanden maar een lichte snavel. De staart gebruikt hij om te sturen, te remmen en in balans te blijven.

Een mens zou voor zulke vleugels borstspieren nodig hebben die veel groter zijn dan we hebben, en dan nog zijn we veel te zwaar.

Overigens kan ook niet elke vogel vliegen. Een struisvogel is te zwaar en heeft te kleine vleugels, en een pinguïn gebruikt zijn vleugels om onder water mee te zwemmen. Die vliegt dus eigenlijk wel, alleen door het water.

Ga samen verder

Zoek buiten of in een kussen een veer en bekijk hem goed. Strijk hem van onder naar boven en weer terug. Zie je de kleine haakjes die weer in elkaar schuiven? Laat hem daarna van een stoel vallen en kijk hoe langzaam hij naar beneden dwarrelt.

Voor ouders

De neerwaartse slag levert bij de meeste vogels het grootste deel van de lift en de voortstuwing. Die slag komt van de grote borstspier (musculus pectoralis), die bij vliegende vogels zo'n 15 tot 25 procent van het lichaamsgewicht uitmaakt. Een kleinere spier eronder, de supracoracoideus, trekt de vleugel via een soort katrolsysteem weer omhoog. De vleugel is aan de bovenkant bol, waardoor er net als bij een vliegtuigvleugel ook tijdens het zweven lift ontstaat.

Over de lichte botten is het verhaal iets genuanceerder dan het lijkt. Veel vogelbotten zijn hol en sommige zijn verbonden met de luchtzakken van het ademhalingssysteem. De botwand is wel stevig en compact, dus het skelet is vooral slim gebouwd: sterk en stijf voor weinig gewicht. Daarnaast zijn veel botten met elkaar vergroeid, wat het lichaam stevig maakt tijdens het vliegen.

Staat de vraag van jouw kind er nog niet tussen?

Stuur hem in. Ik lees ze allemaal en kies er regelmatig een om uit te zoeken.

Stuur een vraag in