Logo Kleine Grote VragenKleine Grote Vragen

Hoe komt er stroom uit het stopcontact?

Techniek

Het korte antwoord

Het stopcontact maakt zelf geen stroom. Stroom wordt opgewekt met windmolens, zonnepanelen of in een centrale, en reist via kabels naar jouw huis. Via de meterkast en draden in de muur komt hij bij het stopcontact.

Waar komt de stroom in het stopcontact vandaan?

Je stopt de stekker van de lamp in het stopcontact, je drukt op het knopje en het is licht. Maar in dat stopcontact zit geen batterij en ook geen klein fabriekje.

De stroom wordt ergens anders gemaakt. Bijvoorbeeld door een windmolen die ronddraait, door zonnepanelen op een dak of in een weiland, of in een grote centrale.

Van daaruit gaat de stroom op reis door hele lange kabels. Sommige hangen hoog aan grote masten, de meeste liggen onder de grond. Onder de stoep bij jou in de straat ligt er ook een.

Onderweg komt de stroom langs transformatorhuisjes. Dat zijn die kleine gebouwtjes die je soms in een wijk ziet staan. Daar wordt de stroom aangepast, zodat hij geschikt is voor gewone huizen.

Dan komt de kabel je huis binnen, in de meterkast. Daar zit een meter die bijhoudt hoeveel stroom je gebruikt, en daar zitten de groepen die de stroom over het huis verdelen. Door draden in de muur gaat hij naar alle stopcontacten en lampen.

En dat gaat allemaal razendsnel. Op het moment dat je het knopje omzet, brandt de lamp al.

Aan stopcontacten zitten is daarom echt niet de bedoeling. Er staat zoveel kracht op die draden dat het heel gevaarlijk is voor je lijf.

Ga samen verder

Zoek samen de meterkast op en kijk wat erin zit. Zie je de meter? Doe een lamp aan en kijk of je de cijfers ziet veranderen. Op een wandeling door de wijk kun je ook op zoek gaan naar een transformatorhuisje. Weet je al waar de dichtstbijzijnde staat?

Voor ouders

Stroom wordt in Nederland vooral opgewekt met gas, wind en zon. Voor transport over lange afstanden gebruikt netbeheerder TenneT hoogspanning van 380 of 220 kilovolt (en regionaal 150 of 110 kV), omdat er bij hoge spanning minder energie verloren gaat. In onderstations wordt de spanning verlaagd naar middenspanning van 10 of 20 kV. De regionale netbeheerder, zoals Liander, Stedin of Enexis, brengt de stroom naar de wijk. In het transformatorhuisje gaat de spanning nog een keer omlaag naar 230 en 400 volt, en via kabels onder de straat komt hij bij je meterkast. Alles achter de meter, zoals de groepenkast en de leidingen in huis, is van de bewoner of verhuurder.

Uit het stopcontact komt wisselstroom van 50 hertz. De elektronen in de draden reizen dus niet helemaal van de windmolen naar je lamp; ze bewegen vijftig keer per seconde heen en weer. Wat wel razendsnel door het net gaat, is de energie. Omdat het net zelf geen stroom opslaat, moeten opwekking en verbruik steeds met elkaar in evenwicht zijn.

Staat de vraag van jouw kind er nog niet tussen?

Stuur hem in. Ik lees ze allemaal en kies er regelmatig een om uit te zoeken.

Stuur een vraag in