Het korte antwoord
Een wolk bestaat uit heel veel piepkleine waterdruppeltjes of ijskristalletjes die in de lucht zweven. Ze ontstaan als warme, vochtige lucht opstijgt en afkoelt, waardoor onzichtbare waterdamp weer druppeltjes wordt. Worden de druppels groot en zwaar genoeg, dan valt er regen.
Hoe werken wolken?
Een wolk ziet eruit als een dikke bal watten. Als je erin zou kunnen grijpen, zou je alleen een beetje nat worden. Een wolk is namelijk gewoon water, verdeeld over miljarden piepkleine druppeltjes.
Waar komt dat water vandaan? Uit de zee, uit plassen, uit rivieren en zelfs uit de natte was aan de lijn. De zon warmt dat water op en een deel ervan verdampt. Het wordt waterdamp, en die kun je niet zien. Die zweeft gewoon mee in de lucht.
Warme lucht gaat omhoog. Hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt. Daar koelt de waterdamp af en wordt hij weer water, in de vorm van heel kleine druppeltjes. Ze hebben daar wel wat hulp bij nodig. Elk druppeltje vormt zich rond een minuscuul stofje, een korreltje zout uit de zee of een stukje roet.
Eén druppeltje zie je niet. Maar als er heel veel bij elkaar zitten, zie je ineens een wolk. Hoog in de lucht, waar het nog kouder is, zijn het soms ijskristalletjes. Daarom zien de hele hoge, dunne veegwolken er zo pluizig uit.
De druppeltjes in een wolk zijn zo licht dat ze blijven zweven. Pas als ze tegen elkaar botsen en samen grotere druppels worden, worden ze te zwaar. Dan vallen ze naar beneden en noemen we het regen.
Je kunt zelf trouwens ook een mini-wolkje maken. Blaas maar eens op een koude winterdag uit. Dat witte wolkje voor je mond werkt precies hetzelfde.
Ga samen verder
Zet een glas met ijsblokjes op tafel en kijk na een paar minuten naar de buitenkant. Waar komen die druppeltjes vandaan? Het is dezelfde waterdamp uit de lucht die ook in een wolk zit.
Voor ouders
Wolkvorming draait om afkoeling. Opstijgende lucht komt in lagere luchtdruk terecht, zet uit en koelt daardoor af. Op een gegeven moment bereikt de lucht het dauwpunt: de temperatuur waarbij de lucht niet meer waterdamp kan bevatten. Dan condenseert de damp, maar alleen als er condensatiekernen zijn: zwevende deeltjes als stof, zeezout of roet (aerosolen). Zonder die kernen zou waterdamp maar heel moeilijk druppeltjes vormen.
Een wolk kan bestaan uit waterdruppeltjes, ijskristallen of een mengsel. Lage wolken zijn vooral water, hoge wolken zoals cirrus vooral ijs, en de middelste laag bestaat vaak uit onderkoelde druppeltjes: water dat kouder is dan nul graden maar toch nog vloeibaar. Wolkendruppels zijn veel te klein om te vallen; regen ontstaat pas als ze samensmelten tot grotere druppels of als ijskristallen groeien en onderweg smelten.
- KNMI, Wolken
- Encyclopaedia Britannica, How Do Clouds Form?




