Het korte antwoord
Zeestromingen ontstaan vooral doordat de wind het bovenste water meeduwt en doordat koud en zout water zwaarder is dan warm en minder zout water. Omdat de aarde draait, buigen stromingen af. Zo stroomt het water van de oceanen langzaam de hele wereld rond.
Waarom stroomt de zee?
Gooi een fles in zee en die spoelt misschien maanden later aan op een heel ander strand. De zee ligt dus nooit echt stil, ook niet als het water er rustig uitziet.
De wind doet een groot deel van het werk. Als hij lang dezelfde kant op over de zee blaast, neemt hij het bovenste laagje water mee. Een beetje zoals wanneer je over je warme soep blaast en de bovenkant gaat schuiven.
Dieper in de zee gebeurt iets anders. Koud water is zwaarder dan warm water, en zout water is zwaarder dan minder zout water. Zwaar water zakt naar beneden en schuift over de bodem verder, terwijl er ergens anders water omhoog komt. Zo stroomt er ook diep onder de golven een hele langzame rivier door de oceaan.
Dan draait de aarde ook nog. Daardoor gaan stromingen niet kaarsrecht vooruit, maar maken ze een bocht. Op ons deel van de aarde buigen ze naar rechts af.
Een beroemde stroming is de Golfstroom. Die neemt warm water mee uit de buurt van de Golf van Mexico, de Atlantische Oceaan over naar het noorden. Dat warme water helpt mee om de winters in West-Europa wat zachter te maken.
Stromingen nemen van alles mee op reis. Warmte, voedsel voor vissen, kwallen, en helaas ook plastic dat in zee terechtkomt. Dat schelpje of dat stukje touw op het strand kan dus van heel ver komen.
Ga samen verder
Vul een doorzichtige bak of glazen schaal met lauw water en laat er een ijsblokje van water met een paar druppels kleurstof in drijven. Kijk van opzij. Waar gaat het gekleurde koude water heen als het smelt?
Probeer het zelf
Diep in de zee stroomt koud water van de polen weg. Dat zie je nooit, behalve als je het water een kleurtje geeft. Naar het proefje: Een zeestroming in een glas
Voor ouders
Onderzoekers maken onderscheid tussen stromingen aan het oppervlak, die vooral door wind worden aangedreven, en diepe stromingen die ontstaan door verschillen in dichtheid. Die dichtheid hangt af van temperatuur en zoutgehalte, daarom heet dit de thermohaliene circulatie. Het KNMI beschrijft hoe warm, zout water vanuit de tropen via de Golfstroom naar het noorden gaat, tussen IJsland en Groenland afkoelt tot ongeveer 2 graden en dan zo zwaar wordt dat het naar de bodem zinkt en terug naar het zuiden stroomt. Samen vormt dat een soort transportband door de oceanen.
Dat stromingen afbuigen komt door het corioliseffect. Omdat de aarde draait, buigt alles wat over grote afstanden beweegt op het noordelijk halfrond naar rechts af en op het zuidelijk halfrond naar links. Daardoor draaien de grote stromingskringen in de oceanen op het noordelijk halfrond met de klok mee. Klimaatmodellen laten zien dat extra smeltwater en regen de Atlantische transportband in een warmer klimaat kunnen afzwakken. Hoe groot dat effect wordt, is nog onzeker.
- KNMI, Transportband van de oceaan
- KNMI, Warme Golfstroom




